Hoe Klaas Jan weer leerde voelen, zich uit te spreken en milder naar zichzelf te kijken
Van overleven naar leven
Soms weet je dat het anders moet, maar lukt het niet om te veranderen. Dat was waar Klaas Jan in vastliep. Jarenlang werkte hij in de bouw, in loondienst en als zzp’er. Ondertussen worstelde hij van binnen steeds meer met zichzelf. Tot hij in september 2021 uitviel. “Ik begreep mezelf niet meer”, vertelt hij. “Soms reageerde ik op een manier waarvan ik dacht: zo ben ik niet. En zo wil ik ook niet zijn. Maar toch gebeurde het.”

Klaas Jan, met op de achtergrond de Hezenberg
Vastlopen ondanks inzicht
Hij had toen al een lange weg in de ggz achter de rug. Die hulp gaf hem veel inzicht, maar niet de verandering waar hij naar verlangde. Hij snapte steeds beter wat er speelde, maar de stap van begrijpen naar voelen en doen lukte niet. Via zijn therapeut kwam Hezenberg in beeld. De combinatie van klinische behandeling, groepstherapie en ervaringsgerichte therapieën sprak Klaas Jan aan: hij zocht een behandeling die hem niet alleen inzicht gaf, maar hem ook hielp om te ervaren en te oefenen.
De intake bij Hezenberg vond hij spannend omdat er voor zijn gevoel zoveel van afhing. Hij dacht: straks voldoe ik niet en kan ik niet starten. Wat moet ik dan? Juist daarom was het voor hem een opluchting dat hij welkom was en kon beginnen. Op een zondagmiddag brachten zijn vrouw en oudste dochter hem naar Hezenberg. In de woonkamer werd hij hartelijk ontvangen met koffie aan de grote tafel. Daarna kreeg hij een rondleiding, werd zijn kamer aangewezen en was er tijd om samen zijn spullen neer te zetten. “Ik vond het super bijzonder dat zo’n plek als deze bestaat.”
Leren kijken naar zijn beschermer
Eenmaal bij Hezenberg leerde Klaas Jan beter kijken naar het patroon dat hem lang bescherming had geboden, maar hem ook in de weg zat. Zelf noemt hij het zijn ‘beschermer’: een muur die ervoor zorgde dat hij zich afsloot zodra iets of iemand te dichtbij kwam. Als dat gebeurde, reageerde hij kortaf of boos. Daaronder schuilden angst, onzekerheid en oud verdriet, met als diepgewortelde overtuiging: “Ik ben niet welkom, ik doe er niet toe.”
Dat patroon werkte ook thuis door. Juist in het gezin merkte Klaas Jan hoe snel hij overprikkeld kon raken. Een klein geluid aan tafel kon al genoeg zijn om heftig te reageren. Als de rust was teruggekeerd, kwam hij daarop terug. Dan legde hij zijn kinderen uit dat het niet aan hen lag en maakte hij zijn excuses. Maar hij wist: alleen sorry zeggen is niet genoeg. Er moest echt iets veranderen. Hij wilde niet aan zijn kinderen doorgeven wat hij zelf met zich meedroeg.
Oefenen met open zijn
Groepstherapie werd voor Klaas Jan een belangrijk keerpunt. Oefenen met anderen vond hij spannend, maar juist daarin zat ook veiligheid. Zelf noemt hij het ‘liefdevol confronteren’. Mensen gaven elkaar terug wat ze zagen, niet om af te rekenen, maar om elkaar verder te helpen. Zo ging hij steeds beter herkennen wanneer zijn beschermer naar voren kwam en wanneer hij sprak vanuit zichzelf. Na ongeveer acht weken kreeg hij een confronterende vraag: met wie zijn we eigenlijk in gesprek? Met de echte Klaas Jan, of met zijn beschermer? Dat zette iets in beweging. Vanaf dat moment ging hij bewuster oefenen met open zijn, zeggen wat hij voelde en in contact blijven.
De ervaringsgerichte therapieën hielpen hem om meer uit zijn hoofd te komen. Vooral beeldende therapie maakte veel los. Daar kon hij niet omheen praten of met woorden controle houden. Juist door te doen en te ervaren leerde hij sneller herkennen wanneer hij zich afsloot. Tegelijk groeide het gevoel dat hij erbij hoorde. Dat werd ook buiten de therapieruimte zichtbaar. In de eerste periode op Hezenberg zat hij tijdens de maaltijden liever apart, uit angst voor afwijzing. Later schoof hij juist makkelijker aan en voelde hij zich steeds meer onderdeel van de groep. Vooral de avonden in de huiskamer zijn hem bijgebleven: de openheid, het lachen, het huilen en het gevoel van erbij horen.
Die verandering werkt nog steeds door. Klaas Jan zegt niet dat alles nu makkelijker is. Angst en onzekerheid kent hij nog altijd. Maar hij herkent sneller wanneer oude gevoelens opspelen en gaat daar niet automatisch meer in mee. Hij heeft geleerd milder naar zichzelf te kijken, meer te vertragen en toe te laten wat moeilijk is. Ook durft hij zich kwetsbaarder op te stellen en hulp te vragen als dat nodig is. Zijn geloof speelt daarin een belangrijke rol. Het geeft hem hoop: als het vandaag niet lukt, is er morgen weer een nieuwe kans.
Klaas Jans verhaal laat zien dat veerkracht niet betekent dat het leven geen pijn meer doet. Voor hem betekent veerkracht: stap voor stap in beweging komen en steeds meer zichzelf worden.